Luizenprotocol

De ervaring leert dat een luizenprobleem bij een consequente aanpak snel in de kiem kan worden gesmoord. De school en de oudervereniging (OV) stellen luizenzakken ter beschikking. Deze zijn eigendom van de school. Ouders zorgen samen met de kinderen dat jassen, mutsen, shawls, gym, zwemkleding etc. in deze zak worden opgeborgen.

Iedere eerste woensdag van de maand om 8.30 uur en na iedere vakantie wordt in alle klassen geplozen. Dit gebeurt door pluisouders (minimaal 2 per groep). Deze dagen staan aangegeven op de schoolkalender.

Een luis is doorzichtig tot heel donker en loopt heel snel, vaak te snel om te ontdekken. Bij het pluizen zoeken we daarom vooral naar neten. Dit zijn de eitjes van de luis die in het haarzakje worden gelegd; pas na ongeveer een week is de haar zo ver uitgegroeid dat deze zichtbaar is. De neet zit stevig aan de haar vastgeplakt. Aan de plaats op de haar is te zien of de neet net is gelegd (vers) of oud is. Bij een oude neet is moeilijk te zien of de luis er nog in zit.

Als pluisouders luizen of neten ontdekken laten zij de luiscoördinator komen. Lang haar wordt in een elastiekje gebonden en ook broertjes en zusjes op school worden gecontroleerd.

De ouders worden door de pluiscoördinator op de hoogte gebracht en krijgen instructie hoe zij hun kind en hun huis kunnen behandelen.

De pluisouders controleren de hele groep de week erna nog een keer. Als dan weer luizen of neten worden aangetroffen worden weer de coördinatoren op de hoogte gebracht. De coördinator houdt de frequentie bij. Indien er in een groep of bij een kind sprake blijkt te zijn van een structureel luizenprobleem dan zal in overleg met schooldirectie de GG&GD worden ingeschakeld.

Het kind wordt opgehaald door de ouder en na de behandeling, met andere kleding en jas, weer naar school gebracht. Ook de luizenzak wordt meegegeven om gewassen te worden. Zolang wordt een andere zak opgehangen.

De rest van de klas krijgt een waarschuwing mee dat er in de groep luis is geconstateerd zodat andere ouders extra alert kunnen zijn.

Leerkrachten van groep 1/2 zorgen dat alle verkleedkleren en knuffels gewassen worden.

Alle gezinsleden dienen met shampoo en/of lotion behandeld te worden om herbesmetting te voorkomen. Het kind moet 2 weken lang 2 tot 3 keer per dag worden gekamd met een luizenkam. De shampoo of lotion doodt luizen niet maar maakt ze wel vaak suf waardoor ze met kammen makkelijker te pakken zijn. Alle neten moeten worden verwijderd.

Verder dienen beddengoed, knuffels, sjaal, jassen, kussens, vloerkleden en verkleedkleren op 60 graden te worden gewassen of 48 uur in de vriezer of 2 weken in een afgesloten zak te worden bewaard.

Ook is het raadzaam de bank en de auto te zuigen en in te spuiten.

Een antihoofdluismiddel kan besmetting met hoofdluis niet voorkomen. Door preventief regelmatig uw kind te kammen met een luizenkam kunt u eventuele besmetting snel ontdekken en voorkomen omdat de luis minder krijgt kans zijn neten vast te plakken aan het haar. Beruchte luizenhaarden zijn de bioscoop, overdekte speelgelegenheden, kamp en NSO.