Luizenprotocol

Hoofdluis verspreidt zich gemakkelijk op scholen. Ervaring leert dat een besmetting bij een consequente aanpak snel in de kiem kan worden gesmoord. De Oudervereniging draagt zorg voor de luizencontrole op school en coördineert de controle, die maandelijks door alle ‘pluisouders’ wordt uitgevoerd.

Hoe werkt de luizencontrole op school?

Iedere eerste woensdag van de maand en na iedere vakantie wordt om 8:30 uur in alle groepen ‘geplozen’. Deze data staan aangegeven op de schoolkalender. Aan het begin van het schooljaar kunnen ouders zich vrijwillig opgeven om ‘pluisouder’ te zijn. Alle hulp is hierbij welkom. Ook hier geldt dat vele handen licht werk maken.

De pluisouders controleren met een stokje of vingers door scheidingen te trekken en de hoofdhuid te onderzoeken. Bij constatering van luisbesmetting wordt het volgende gehanteerd:

Een van de ouders wordt door een ‘pluisouder’ of een van de coördinatoren op de hoogte gebracht en  verzocht het kind op te halen om het kind luis vrij te maken en (later op de dag) ook de broertjes of zusjes te controleren. Als het kind behandeld is kan hij of zij weer terug de klas in.

De pluisouders controleren vervolgens de hele groep de week erna nog een keer. Dit totdat de klas weer vrij van luizen is.

Als er weer luizen of neten worden aangetroffen worden de coördinatoren op de hoogte gebracht. De coördinatoren houden de frequentie bij. Indien er in een groep of bij een kind sprake blijkt te zijn van een structureel luizenprobleem dan zal in overleg met schooldirectie de GGD worden ingeschakeld.

Als er meerdere kinderen in een groep besmet zijn worden de ouders uit die klas geïnformeerd dat er in de groep luis is geconstateerd, zodat ook zij extra alert kunnen zijn.


Hoe herken je hoofdluizen?

Hoofdluis veroorzaakt meestal jeuk, maar niet altijd. Hoofdluizen zijn grijsblauw of, nadat ze bloed opgezogen hebben, roodbruin. De beestjes zijn zo groot als een sesamzaadje. Hun eitjes (neten) zijn witte, grijze of zwarte stipjes die op roos kunnen lijken. Roos zit echter los en neten kleven juist stevig aan het haar vast. Hoofdluizen zoeken graag een warm plekje op; bijvoorbeeld in het haar achter de oren, in de nek of onder een pony.

Hoe behandel je hoofdluizen?

Een antihoofdluismiddel kan besmetting met hoofdluis niet voorkomen. Door preventief regelmatig je kind te kammen met een luizenkam kun je eventuele besmetting snel ontdekken en voorkomen.

Als je hoofdluis ontdekt, is het belangrijk om meteen te beginnen met een grondige aanpak. Als er nog luizen of nog niet uitgekomen neten op het hoofd zitten, blijft hoofdluis besmettelijk. De behandeling bestaat uit bestrijden én herbesmetting voorkomen.

In het kort adviseert het RIVM:

-controleer regelmatig en goed

-luizen gevonden? Elke dag kammen, twee weken lang

-kam nat haar pluk voor pluk met een fijntandige kam

-gebruik eventueel antihoofdluismiddel

Kam je de luizen (en grotere neten) uit het haar, dan kunnen er geen nieuwe eitjes gelegd worden en ben je er als het goed is na twee weken van af.

Een tip: gebruik om het kammen te vergemakkelijken conditioner of een luizenmiddel dat het kammen makkelijk maakt, het lijm van de neten oplost en het makkelijker maakt om kleine luizen uit het haar te halen.

Luizen verspreiden zich via haar-haarcontact. Extra maatregelen zoals het wassen van kleding, knuffels of beddengoed en stofzuigen zijn niet nodig.

Zie verder bijvoorbeeld: rivm.nl/hoofdluis